- This article will soon be published in English, too. Sorry for your inconvenience. -
Ondernemend idealisme voor een échte verandering.
Een veranderende samenleving vraagt om een nieuw idealisme en nieuwe ideologieën. Ik pleit hieronder voor een nieuw soort idealisme, wat mijns inziens een duurzamer karakter heeft en meer kans van slagen heeft in een ondernemende maatschappij.
De zuunige Nederlander
Er wordt de laatste tijd veel gedacht en gerept over het ‘nieuwe idealisme’ en over het ‘Al Gore’ effect. We zijn de ‘flower power generatie’ en John Lennon’s ‘Love not War’ ver voorbijgestreefd. Misschien zijn we rationeler geworden – of simpelweg wijzer. De ‘nieuwe jongere’ is ondernemend en is nog niet verpest door het verleden van de Koude Oorlog en Vietnam – inclusief alle pacifistische en feministische bewegingen. Anno 2008 is alles anders: de ondernemer is de nieuwe idealist. Blauw is het nieuwe groen. De Toyota Prius is de nieuwe Fiat 500. Handel is de nieuwe ontwikkelingshulp. En onderhandelen is het nieuwe actievoeren. Je portemonnee is de nieuwe ballot box. Ineens is consumeren weer in, als je maar de goede dingen koopt…
Tenminste: dat is de blijde boodschap tegenwoordig. Was het maar zo. We verkondigen het overal, spreken met al onze vrienden over hoe goed het gaat met de verkoop van biologische producten en ‘ecofashion’. Maar: we blijven Nederlanders, en dus is de verleiding voor de kiloknaller in de winkel toch groter dan het dure stukje bio vlees uit de regio. En hoewel we graag in een tropisch land vakantie vieren om ‘vrijwilligerswerk’ te doen, moet het allemaal wel leuk blijven. Oftewel: de nieuwe ‘do good & enjoy’ generatie gelooft er heilig in dat consumeren en goed doen voor de wereld, samen kunnen gaan. Maar de stap tussen geloven en doen is soms nog ver weg… want: we blijven ‘zuunige Nederlanders’.
Wat is hier typerend aan? Bovenstaand betoog is niet nieuw. Het is een algemeen feit dat de kloof tussen wens en werkelijkheid erg groot is als we over Nederlands idealisme hebben. De problemen waar we het hier over hebben – klimaatverandering, armoede, conflicten – zijn vaak zo groot en ogenschijnlijk zo ver weg dat we onszelf machteloos voelen. Wat wél nieuw is, is mijn visie dat zelfs het huidige ‘praktisch idealisme’ zijn doel voorbijschiet en over een paar jaar waarschijnlijk niet meer dan een herinnering zal zijn. Daarom pleit ik hier voor een ‘nieuw idealisme’ (noem het social entrepeneurship) dat nauw is verweven met de creativiteit, ambitie en motivatie die inherent zijn aan het ondernemingsinstinct.
Begin bij jezelf
Het begon allemaal zo mooi in de jaren ’90 met de legendarische slogan ‘Een betere wereld begint bij de jezelf’. Vanuit mijn kinderlijke naïviteit had ik daar nog respect voor. Maar wat is er 15 jaar later veranderd? 98% van de landen wereldwijd hebben het afgelopen decennium een positieve economische groei gekend, het aantal gewapende conflicten is in laatste 30 jaar afgenomen, we zijn meer en meer verbonden met andere mensen wereldwijd, we consumeren meer dan ooit en we zijn welvarender dan ooit. De kloof tussen arm en rijk is globaal echter toegenomen. Maar dat doet weinig af aan alle positieve ontwikkelingen.
Nu is de essentiële vraag natuurlijk: waarom moesten we in hemelsnaam met onszelf beginnen de wereld te veranderen? Laat ik u geruststellen: door de bank genomen hebben al die goedbedoelde individuele pogingen nauwelijks tot geen effect gehad. De echte veranderingen zijn tot stand gekomen met behulp van multinationals, creatieve ondernemers, invloedrijke belangengroepen en door het grote geld van investeringen. Enkele uitzonderingen daargelaten van bijzondere leiders, inspirerende revolutionairen of charismatische vrijheidsstrijders. Laat ik enkele concrete voorbeelden noemen: terwijl Greenpeace trots staat te verkondigen dat het de overstap naar spaarlampen heeft versneld, loopt Philips al voor op de toekomst door met led lampjes te komen die nog vele malen zuiniger zijn dan spaarlampen en een langere levensduur hebben. Een ander voorbeeld is dat door de zogenaamde Foreign Direct Investment in ontwikkelingslanden een gigantische geldstroom is ontstaan die vele malen groter is dan de reguliere ontwikkelingssamenwerking, en die naar verluid ook nog eens meer mensen bereikt. Weer een ander voorbeeld: terwijl Albert Heijn zijn Fair Trade producten uit Kenia haalt, steunt het de oprichting en het onderhoud van onderwijs voor familieleden van de lokale werknemers, waardoor het mes aan twee kanten snijdt. Dàt noem ik nieuw idealisme. Een rake term die recentelijk veel gebruikt wordt, is dan ook ‘trade not aid’, hoewel we hier, net als in vroegere slogans, moeten oppassen voor uitholling of misbruik van de term (in het geval van think globally, act locally, of don’t give me the fish, but learn me how to fish).
De essentie van ontwikkelingssamenwerking was ooit empowerment en neigt nu steeds meer naar ownership. Waarom blijven we dan toch de vis geven, waarom zijn veel Afrikanen nog steeds afhankelijk van voedselhulp en worden zij niet geprikkeld om zèlf bij te dragen aan de ontwikkeling van hun land? Waarom is het zover gekomen dat grote delen van de hulpsector een ware industrie zijn geworden, die er alle baat bij hebben om te blijven bestaan en om een leger aan ontwikkelingswerkers in functie te houden? Nicholas Kristof beschrijft in The New York Times (27 januari) hoe de nieuwe social entrepeneurs niet de vis willen geven noch de hengel. Zij willen een ‘revolutie teweeg brengen in de visindustrie’. Dat klinkt nogal ambitieus… Maar ik heb er vertrouwen in. Een nieuwe generatie betrokken ondernemers staat te trappelen om overal ter wereld business te doen en hun producten te slijten aan de bottom billion, een nog nauwelijks aangeboorde doelgroep van arme mensen die nét iets meer dan een dollar per dag te besteden hebben.
‘It’s collaboration, stupid’
Een betere wereld begint wellicht bij jezelf, maar jijzelf mag absoluut niet het eindpunt van ontwikkeling zijn. In je eentje een hippe broek van biokatoen kopen of fair trade eten, heeft weinig zin als je niet de enorme potentie gebruikt van samenwerking (collaboration) – in de breedste zin van het woord. Een begin aan een betere wereld kun je altijd zelf maken, maar je samen met anderen inzetten en concrete actie ondernemen, door elkaar te motiveren, te inspireren en samen op nieuwe ideeën te komen, kan soms werkelijk het verschil maken. Denk aan de beroemde zoutmars van Mahatma Gandhi in 1930, waarin hij duizenden mensen mobiliseerde, of actueler, de media-aandacht voor de protesten en de onderdrukking van grote bevolkingsgroepen in Burma, dankzij moderne technologieën en communicatiemiddelen (bijvoorbeeld het online actieplatform Avaaz.org).
Hoe kunnen we er nu voor zorgen dat het prille begin van het nieuwe idealisme, van de creatieve ondernemingszin die onder veel (oudere) jongeren heerst, een goed vervolg krijgt en optimaal benut wordt? Hoe kunnen we nu samen werkelijk een verschil maken voor een eerlijker, duurzamer en schoner leefmilieu, zowel in onze direct omgeving als globaal?
Nicholas Kristof schrijft over de nieuwe social entrepreneurs die de generatie van studentenprotesten in de jaren ‘60 voorbij zijn gestreefd en die hun talenten inzetten om hard business te doen, die ten goede komt aan armere bevolkingsgroepen. Een veelgezien en geliefd alternatief is ook het besteden van delen van de winst, of het faciliteren van bedrijfsonderdelen aan een goed doel. TNT is daarin koploper met hun partnership met het Word Food Programme, waarin TNT een groot deel van het transport op zich neemt en de betrokkenheid van werknemers wereldwijd weet te versterken. Ook daarin speelt samenwerking weer een sleutelrol.
Doet u genoeg?
Onlangs publiceerde het tijdschrift onzeWereld de resultaten van een ledenenquête met de titel ‘Doet u genoeg voor een betere wereld?’
De enquête was bedoeld voor zowel leden als niet-leden van het blad en was gefocust op de financiële bijdrage die mensen aan ‘goede doelen’ geven. Impliciet was dus de vraag: geeft u jaarlijks genoeg geld aan ‘goede doelen’? En niet: bent u zelf actief genoeg betrokken bij een ontwikkelingsproject – professioneel of als hobby? Het probleem van de in de enquête gebruikte vraag is dat het zijn doel voorbij streeft. De vraag ‘Hoe kun je bijdragen aan een betere wereld?’ was impliciet al beantwoord en stond niet meer ter discussie. De doelgroep van nieuwe idealisten, van social entrepeneurs, voelde zich gepasseerd.
Juist nu in het tijdperk van het ‘nieuwe idealisme’, van de ondernemende wereldburger zou dit een essentiële vraag moeten zijn die elke CEO of manager, diplomaat of minister, wetenschapper of student, zich af moet vragen. Niet dat er één gulden middle way is die al het andere werk overbodig maakt. We zullen moeten blijven zoeken naar manieren van samenwerking, van hulp en van zakendoen die het meest effectief zijn en die een structureel positief effect zullen hebben. Maar ik verwacht wel dat ondernemerschap een van de grootste kansmakers is.
Een opvallende uitkomst van het onderzoek was de opvatting van een meerheid respondenten dat de overheid te veel aan ontwikkelingssamenwerking besteedt (momenteel 4 miljard euro per jaar). Een van de andere prominente uitkomsten was bovendien dat men bedrijven meer verantwoordelijk wil stellen, bijvoorbeeld door multinationals als Philips en Heineken, die actief zijn in ontwikkelingslanden, meer te laten samenwerken met lokale hulporganisaties. Er is duidelijk toch een opkomend bewustzijn over de potentiële samenwerking tussen NGO’s en bedrijven.
Ik zal kleur bekennen: ik ben een optimist. Ik verwacht dat binnen 10 jaar de social entrepeneurs niet meer weg te denken zijn uit de ontwikkelingswereld en uit de internationale economie. Zij zullen een belangrijkere taak hebben ingenomen in het uitbannen van armoede dan de grote hulporganisaties tegenwoordig. Zij zullen op basis van win-win situaties een écht verschil hebben gemaakt. Zodat wij over 10 jaar niet meer over de ‘zuunige Nederlander’, maar over de ondernemende Nederlander praten. Zodat wij de vraag ‘doet U genoeg voor een betere wereld?’ kunnen beantwoorden met ‘WIJ doen genoeg voor een betere wereld!’
Meer lezen
Christopher Baan (1986) studeert Internationale Ontwikkelingsstudies aan Wageningen Universiteit. In 2005-2006 fietste hij een half jaar door India, en is sindsdien via verschillende organisaties betrokken bij thema’s als ontwikkeling, jongerenparticipatie, conflictbeheersing en internationale cultuur. Hij schrijft dagelijks op ‘// world citizen’, een Engelstalige blog.
Tags
Articles by Christopher Baan,
Developing Countries,
Globalization & Global Culture,
Society,
Sustainable Development,
World
Share This